Rotterdam CS

Rotterdam CS

In de categorie Transformatie anders deze keer Rotterdam CS. Tussen 1994 en 2004 kwam ik zo’n vijf dagen per week door het gebouw van architect Sybold van Ravesteyn uit 1957. Het gebouw was met het Groothandelsgebouw (waar mn voormalig werkgever SEV later naartoe ging) de aanraakbare herinnering aan de wederopbouw en daarmee de oorlog in Rotterdam. Eerlijk gezegd was het station niet veel meer dan een saaie hal, waar je alleen kwam als je in of uit die lange donkere tunnel naar een van de treinsporen moest. Een enkeling daargelaten die op perron nul moest zijn. Als je moest wachten (trein gemist) was er de Bruna in de hoek. En later (vooruitgang) twee winkeltjes voor sokken en CD’s. Als je geluk had trof je een levend toneelspel. Iemand met haast om een trein te halen, te weinig loketten (voor de jonge lezers: vroegur moest je een kaartje kopen aan het loket) en aan het loket een dame van middelbare leeftijd die alvast alles wilde weten van de reis naar haar dochter volgende week dinsdag.
Maar wat pas echt indruk maakte waren die paar momenten dat ik op afspraak e/o reisgenoot wachtend in die tunnel de stroom aan mensen zag langskomen. Een paar intercity’s tegelijk en je weet wat de macht van de massa betekent. Ook als het geen voetbalsupporters zijn: de massa is letterlijk beangstigend.
Miljoenen, zo niet miljarden, reizigers moeten er in die vijftig jaar (het gebouw werd in 2007 gesloten en het jaar erop gesloopt) zijn gepasseerd. Hoe anders is het station nu, bijna opgeleverd. Een en al licht, lucht en openheid zou de architect zeggen. De Bruna is er nog, met zeker nog drie andere boekwinkels. Waaronder hele leuke, waarin de tijdschriften als broodjes bij de bakker worden aangeboden. Maar wat vooral opvalt is de eindeloze rij snelle koffie- en eettentjes. Goed voor de nering en heel efficient ontbijten, lunchen of avondeten als je toch moet wachten. Voor het ervaren van de macht van de massa moet je nu naar andere plekken.

Sander Gelinck | 4 maart 2013 | in de trein vanaf RCS

Favoriete herbestemmingen nr 3: Ludgerhof Lichtenvoorde

Favoriete herbestemmingen nr 3: Ludgerhof Lichtenvoorde

Voor het meinummer van stedebouw&architectuur mocht ik mijn 10 favoriete herbestemmingen op een rijtje zetten. Leuk om te doen, vooral omdat je moet gaan nadenken over wat je bijzonder of belangrijk vindt. En leuk om weer even langs te gaan bij sommige projecten. Zoals de Lugerhof in Lichtenvoorde. De kerk waar van mijn aannemer-opa en oma naar toe gingen – tenminste vanaf 1970, daarvoor gingen ze naar de grote kerk – en de kerk waar ik als kleine jongen nogal eens kwam. Als er geen neefje of nichtje werd gedoopt, communied of gevormd dan was er wel een oom en tante zoveel jaar getrouwd. Ik vond het toen al een bijzondere kerk. Modern, vierkant, een soort omgekeerde schoenendoos die werd opgetild zodat de kerkganger naar buiten kon kijken, de tuin in. Niet te ver, want die tuin was wel weer ommuurd. De banken waren wel ouderwets hard, kan ik me herinneren. De kerk heeft de ontkerkelijking in de snel-vergrijzende achterhoek niet kunnen keren. Wat AtelierPro er vervolgens mee gedaan heeft, is echt bijzonder. Het dak is eraf – zoals architect Gerard Schouten de kerk het liefst had willen maken – maar de wanden zijn nu de gevels van de woningen. De kerk is een binnenplaatsje geworden. Het bijzondere is dat de kerk er daardoor nog gewoon is. Behalve het dak dan, maar je hoeft niet gelovig te zijn om te bedenken dat je zonder dak weer net iets dichter bij de hemel bent. Waar AtelierPro hun inspiratie vandaag heeft lees je hier.

Naar aanleiding van de vraag van S&A weer even langsgereden, foto’s gemaakt en prompt kwam er een bewoner even het binnenplaatsje op om een praatje te maken. Hij woonde er vanaf de verbouwing, en was nog elke dag blij met zijn huis met fantastische serre. Hij vertelde ook dat er  geen week voorbij ging of er kwamen wel mensen kijken, En nog veel meer bijzondere verhalen. Dat de architect van de kerk – uit buurdorp Groenlo – luiken in de gevels had ontworpen, want vogels moesten in en uit kunnen vliegen. Dat er toch gaas voor gekomen is, want vogel-p op het nette zondagse pak was toch niet zo praktisch. Dat de architect – Gerard Schouten – eigenlijk een dorpsplein had willen maken, zo open mogelijk. En over de steen die ik aan het fotograferen was, wist hij te vertellen dat het wijwater dat er in opgevangen werd, regenwater was waarvoor de architect eigenhandig een gat in het dak had gezaagd. En – en daar was hij trots op – dat dit de originele steen was. Die was namelijk bij de verbouwing zoekgeraakt, meegenomen naar Nijmegen. Maar iemand had de steen herkend en toen hebben ze de originele steen weer opgehaald.

Nou moet u drie dingen weten. Het eerste is dat achterhoekers graag een beetje aan de haal gaan met verhalen, eens zien wat er gebeurt [kiekn wat wot], beetje ouwehoeren. U kent vast nog wel die verslaggever op zoek naar verhalen over Klaas-Jan Huntelaar die niet doorheeft dat hij diens vader staat te interviewen. Klaas-Jan? Ja, die ken ik wel. Kwam hier vaak over de vloer. Het tweede is dat Groenlo en Lichtenvoorde een beetje haat-en-nijd is, dus een architect uit Groenlo? En het derde is dat mensen in Lichtenvoorde – door Grollenaren tenminste – keienslöppers genoemd worden. Keienslepers. Naar een enorme steen die honderd jaar geleden naar het stadcentrum schijnt te zijn  gesleept en daar nu nog te bewonderen is [kiekn onder de Leeuw]. Ik bedoel maar: ik sta er niet voor in dat alle informatie hier allemaal historisch correct is, maar een mooi verhaal is het wel. En een mooie herbestemming zeker.

AtelierPro was zo aardig om de top 10 online te zetten.

Mooi. Dan is dat de planning.

Mooi. Dan is dat de planning.

Gisteravond gaf Rinald van der Wal, directeur van bouwmanagementbureau BBN Adviseurs en docent aan ASRE in een architectencafé in Gouda over ‘de toekomst van de architect’ een mooi voorbeeld hoe we efficiënter moeten en kunnen werken in de bouw: hij maakte een leuke karikatuur – voor het debat natuurlijk, maar stiekem – hoe er anno nu gepland wordt in de bouw. Zijn betoog: in een beetje projectteam zit een discipline of tig en één daarvan doet de planning. Die maakt een lijstje, dat moet natuurlijk  besproken en vastgesteld worden. ‘Haal jij dat?’, vraagt planningmeneer A [allemaal meneren in dit verhaal]. Meneer B denkt ‘Ik kan eigenlijk wel twee x zo snel, maar dit is wel een lekkere planning’ en zegt: ‘ga ik voor’. Meneer C denkt ‘Dat haal ik niet, heb dan nog twee andere klussen af te ronden, maar als ik dat nu zeg sta ik zo weer buiten’ en zegt: ‘scherp, maar doe ik’. Meneer D. weet dat hij dat zelf nooit gaat halen, maar ook dat B dat niet haalt, dus hij zegt: ‘jahoor, makkelijk’.

‘Mooi. Dan is dat de planning’, zegt meneer A. Volgende punt op de agenda.

Forens NYC gaat fietsen

Forens NYC gaat fietsen

Begin van dit jaar aangekondigd voor zomer 2012: Citi Bike, een plan om New Yorkers, en toeristen, aan het fietsen te krijgen. Het merendeel van de verplaatsingen in NYC is over korte afstand. 54% van de verplaatsingen zou minder dan 3 km bedragen. Teveel om te lopen, en vaak net te weinig voor een taxi. Maar wel een ideale afstand om even te fietsen. Begin dit jaar werd het plan aangekondigd om 10.000 [door Citibank gesponsorde] fietsen te stallen verspreid over 600 stalpunten in Manhattan en Brooklyn. Te gebruiken door New Yorkers voor de dagelijkse trip van en naar kantoor bijvoorbeeld. Met een jaarabonnement kan 45 minuten een fiets gebruikt worden die daarna in een van de stallingen wordt afgeleverd. Gebruik langer dan 45 minuten wordt additioneel in rekening gebracht. Ook toeristen kunnen gebruik maken van de fietsen. Met dag- en weekkaartjes kan de Big Apple verkend met de fiets.

Naschrijft: 17 augustus 2012 is bekend gemaakt dat het plan is vertraagd. Als startdatum wordt nu maart 2013 aangehouden. Citi bike gaat van start met 7,000 fietsen en 420 stations in Manhattan, Brooklyn and Queens.

Lees hier meer over het Citybikeplan.

Fiets in themanummer S+RO

S=RO van maart 2012 is een themanummer over de fiets en ruimtelijke consequenties.  ‘Je neemt hier gewoon de fiets. Iedereen fietst. Je zou niet weten hoe het anders moet.’ Fietsen is zo vanzelfsprekend in Nederland, dat we ons nauwelijks meer bewust zijn van de gevolgen die het heeft op ons land, onze cultuur en onze steden. De voordelen van fietsen zijn onmiskenbaar, maar langzaam worden ook de nadelen van de groei zichtbaar: de steden raken letterlijk verstopt met fietsen. Zoals de auto in de jaren zestig en zeventig de fietser verdreef, zo dreigt de fietser nu de voetganger te verdrijven. De fiets is voor onze steden zegen en vloek tegelijk: hoe versterken we de succesvolle kanten en hoe lossen we de problemen op?

Het maartnummer bevat tien artikelen over het thema fiets en is hier te bestellen. Het artikel ‘De fiets als maat voor de stedenbouw’ is hier te downloaden.

Moderntimes – HetNieuweProduceren

Moderntimes – HetNieuweProduceren

Woooow. Als dit waar is: vandaag bericht PhilipBloom op zijn blog over twee filmmakers die een prototype voor een nieuwe digitale videocamera hebben gemaakt met specs waaraan veel professionele cameras niet kunnen tippen. Voor een fractie van die prijs. Dat kan niet, zegt u? Dat twee liefhebbers iets maken dat beter is dan Canon, Nikon, Sony en fabrikanten van professionele cameras? We gaan het zien. Philip Bloom heeft de twee gebeld – om zijn eigen vragen beantwoord te krijgen – het gesprek op zijn eigen website/blog gezet en er eentje besteld op kickstarter. Paar uur later waren alle Digitale Bolexen uitverkocht. Philip heeft een jaloersmakend miljoenenpubliek. Dus het prototype wordt in productie genomen! Moderntimes mensen, gaat over goedkoper produceren, lees Henry Ford er nog maar eens op na!